zaterdag 15 juni 2019

πάντα ῥεῖ




Darwinvinken van de Galapagos Eilanden. Evolutie door adaptieve radiatie.






Πάντα ῥεῖ




Het moet ergens halfweg de jaren 1960 zijn geweest.
Voor mijn verjaardag - of was het Sint-Niklaas, ik weet het niet meer - kreeg ik een deel uit de reeks Wonderboeken cadeau. Wonderen der wereld, Wonderen der natuur en Wonderen van de wildernis had ik al. Het deel dat ik nu kreeg, was Wonderen der evolutie.
Ik vond het een geweldig boek, vooral voor het zeer tot mijn verbeelding sprekende verhaal van Darwins reis met de Beagle. De Galapagoseilanden, met hun reuzenschildpadden, zeeleguanen en Darwinvinken! Darwins ontdekking van vreemdsoortige verdwenen dieren van het Zuid-Amerikaanse continent, zoals de Toxodon, de Glyptodon en de Macrauchenia! Het was smullen.


Ik weet niet of ik de implicaties begreep van de evolutietheorie die in het boek werd toegelicht en geïllustreerd, maar ik besefte wel dat het verhaal niet overeenkwam met de story van Adam en Eva uit de godsdienstles. Mijn moeders twee nichten, van wie vooral de oudste in de familie enig aanzien genoot omdat zij onderwijzeres was en bovendien getrouwd met een regent, vonden het nodig toch een duidelijk caveat te laten horen: Darwin was in strijd met het katholieke geloof. Mijn ma, die niet alleen katholiek was maar ook verstandig, trok er zich niet veel van aan. Ze sprak er wel over met een of andere pastoor, die haar vertelde dat het bijbelse verhaal niet letterlijk moest worden genomen: het was symbolisch op te vatten. En daarmee was de kous af.


Na Wonderen der evolutie kwamen het natuurgidsje Fossielen, Prehistorische dieren uit de reeks van Moussaults grote natuurgidsen, het Hoe-en-Waarom boek Dinosauriërs en gelijkaardige publicaties de bescheiden collectie in mijn jongenskamer verrijken. Nog later ontdekte ik de boeken van grote namen uit de evolutiebiologie die in de Aula-reeks waren vertaald: George Gaylord Simpson, Theodosius Dobzhansky, Alfred Romer, Julian Huxley. Ik verslond ze. Maar ik ontdekte gaandeweg ook, dat "de" evolutieleer niet bestond. Je had de opvattingen van Lamarck gehad, die weliswaar waren achterhaald maar toch ook weer niet helemaal (ik denk dat het Huxley was die ergens schreef dat biologische evolutie darwiniaans verliep, maar culturele lamarckiaans). Je had naast Darwin zelf ook Alfred Russell Wallace, zijn iets jongere tijdgenoot die min of meer gelijktijdig dezelfde conclusies trok als Darwin maar daarnaast allerlei controversiële opvattingen had over geestverschijningen, het leven na de dood en meer van dat. Je had de neodarwinisten, Weismann, Mayr. Ik las over Gregor Mendel met zijn bonen en Hugo de Vries met zijn teunisbloemen. Vooral in de Angelsaksische wereld en Duitsland was enkele decennia het sociaal-darwinisme en vogue geweest, dat legitimeerde dat blank zwart onderdrukte en rijk arm, omdat het nu eenmaal de beteren waren die triomfeerden over de minderen. De natuur was een ladder, en rijke witte Angelsaksers stonden op de hoogste sport. Dit vooral politieke darwinisme was in de Verenigde Staten nooit helemaal weg en dook ook later nog nu en dan op in discussies als die over de infame Bell Curve. Dachten de Engelsen dat de witte Britten en Amerikanen bovenaan stonden en daar ook dan maar naar moesten handelen - "Take up the White Man's Burden", schreef Kipling over de Engelse plicht om de gekleurde medemens te koloniseren - de Duitser Ernst Haeckel meende te weten dat de hele evolutie een doelgericht proces was dat noodzakelijkerwijs voerde tot de blonde, blauwogige zuivere Duitse Ariër. Via "niedere Rassen" als daar zijn de Joden en al de rest, die maar best konden worden uitgezuiverd. Heel wat vriendelijker dan weer waren de ideeën van een andere merkwaardige snuiter, de Franse jezuïet Pierre Teilhard de Chardin, die tevens paleontoloog was en een moedige, zij het enigszins hopeloze, poging deed om christendom en darwinisme te verzoenen en le Point Oméga als eindpunt van het proces voorop te stellen. Tot vandaag ben ik de publicatiestroom over het onderwerp min of meer blijven volgen. De veeleer vulgariserende literatuur wel te verstaan - Ruse, Dawkins, Gould, Maynard Smith, Margulis, Eldredge, Lewontin, Fortey, Benton, Halstead, Le Ruffié... - wat in wetenschappelijke periodieken verschijnt, gaat mijn petje te boven.





Evolutie fascineert me mateloos. Ze is de sleutel tot de weergaloze diversiteit van het leven, waarvan het besef me in zijn greep kreeg toen ik een jaar of tien was en me daarna nooit meer los liet. Ook niet toen ik besloot dan maar geen biologie te gaan studeren. Hoe is de diversiteit van het leven ontstaan? Toen ik naar de middelbare school ging, leerde ik nog dat de levende organismen tot twee rijken behoren: de dieren en de planten. Dieren moesten eten en konden bewegen, planten omvatten al de rest. Toen ik als jonge twintiger voor het eerst bij Stephen Jay Gould over het vijfrijkenmodel van Woese las (en later het zesrijkenmodel), vond ik dat een revelatie: behalve meercellige dieren en planten ook schimmels, en dan nog de primitievere protista, die uit slechts één eukaryote cel bestaan (met alles erop en eraan, zoals een kern) en de monera, prokaryote ééncelligen die niet eens een kern hebben. Vandaag worden die rijken opgevat als onderdelen van supergroepen, die op hun beurt drie grote domeinen vormen. De levende wereld is eindeloos veel gevarieerder en complexer dan we 150 jaar geleden, in Darwins dagen, dachten. Het gaat je duizelen van zoveel verscheidenheid. Alleen al wat tot enkele decennia op een hoopje werd gesmeten onder de noemer "lagere planten" is van een adembenemende variatie en moleculair onderzoek heeft aangetoond dat die variatie enorm diep teruggrijpt in de tijd, wat is te zien aan de geweldige kloof die tussen vele van deze organismen gaapt.


Al die diversiteit is tot stand gekomen door evolutie. Tenminste, dat is wat vandaag in wetenschappelijke kringen grotendeels wordt aangenomen. Een heel groot deel van de mensheid denkt er echter anders over. Een oudere vriendin van me van vele jaren terug vond een eindeloze serie van random mutaties en daarop ingrijpende selectie weinig geloofwaardig om als eindproduct bijvoorbeeld een brein op te leveren dat in staat is Beethovens late kwartetten te componeren of de stellingen van Fermat te formuleren. Ze was een intelligente en belezen vrouw die weliswaar had gebroken met haar katholieke voorgeschiedenis maar niettemin veel moeite had om zowel Thomas Mann als een geschubde inktzwam te zien als het resultaat van een op toeval berustend evolutionair proces. Velen delen dit standpunt en veronderstellen dat er noodzakelijk enige teleologie bij te pas komt. Een evolutie die doelgericht op de mens afstevent, bijvoorbeeld, zoals het anthropisch principe van Barrow en Tipler het (heel ruwweg) stelt. Of Intelligent Design. Of zonder meer, rechttoe-rechtaan creationisme. Genesis geheel naar de letter. God die de wereld schiep in zes dagen en op de zevende dag rustte. Dat was het wereldbeeld van mijn grootmoeder maar ik vraag me af hoevelen er nog min of meer hetzelfde over denken.


Misschien is het inderdaad weinig geloofwaardig dat een een eiwitsliert, die erin slaagt zich te vermeerderen door een astronomische reeks toevallige veranderingen, uiteindelijk tot bijvoorbeeld Marie Curie leidt. Maar is een superieure intelligentie, die een universum in mekaar heeft gefikst en die alles, maar dan ook alles, van de quarks tot de blauwe vinvis, ontwierp en stuurde, zoveel aannemelijker als verklaring? Deze superieure intelligentie - God, zeg maar - beperkte zich daarbij immers niet alleen tot onze ene planeet in ons marginale zonnestelsel, maar nam er meteen ook nog eens het reilen en zeilen bij van een paar miljard andere planeten in enkele miljoenen galaxieën. En daarbij ziet hij er niet alleen op toe dat subatomair alles correct verloopt en protonen zich keurig als protonen gedragen, dat de fotosynthese van planten zuurstof als restproduct oplevert, dat bij bevruchting het corpus luteum progesteron afscheidt, dat bittervoorns op het precieze moment een legboor ontwikkelen om de zwanenmossel te benaderen en dat de anticycloon van de Azoren zich daar min of meer op het juiste tijdstip bevindt. Merkwaardig genoeg houdt deze alles transcenderende presentie zich volgens de meeste godsdienstige leerstelsels niet alleen bezig met het creëren en naar wens laten functioneren van het universum, hij controleert ook of mannen en vrouwen niet ongeoorloofd van bil gaan en of de vasten wel wordt gerespecteerd. En hij breekt zich het hoofd - vergeef me de totaal inadequate metafoor - over hoe lang de rok is of hoe diep het decolleté van deftige meisjes, of ze hun haar wel bedekken, of kinderen hun avondgebed netjes opdreunen, etcetera. Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind dat een wereldbeeld waarin proteïnen zich na een paar miljard jaar van eindeloze combinaties gevolgd door dito selecties, ontwikkelden tot de gecefaliseerde, bipedale, euarchontoglire, euthere, mammifere, vivipare, homoïotherme, tetrapode, pentadactyle, vertebrate, deuterostome, metamere, animale, opistokonte, unikonte eukaryoot die ik ben, minder suspension of disbelief vergt dan een Schepper die alles bestiert.


Evolutie van de paardachtigen. 


Ik geloof niet in de evolutie. Ik denk wel dat darwiniaanse evolutie, met de nodige input vanuit de genetica en de moleculaire biologie, tot nu toe het best verklaart hoe onze aarde aan haar diverse leven komt, waarom sommige organismen nauwer met mekaar verwant zijn dan andere, waarom soorten soms blijken uit te sterven en ander op een bepaald ogenblik verschijnen terwijl ze er tevoren nog niet waren. Ik denk dat evolutie de meest acceptabele uitleg geeft voor de warmbloedigheid van vogels, de eenhoevigheid van recente paardachtigen, de structuur van het inwendige oor van zoogdieren, de aanhankelijkheid van honden, de overeenkomsten in gedrag tussen mensen en bavianen, de ontwikkeling van de placenta bij eutheria, het kuitschieten van palingen in de Sargassozee, een- en tweezaadlobbigheid bij spermatofyten, enz. Hoe alles precies in zijn werk gaat, is nog stof voor discussie onder specialisten: hoe groot is het aandeel van adaptieve radiatie in soortvorming en hoe groot dat van isolement? Wat is een soort trouwens precies: een morfologische, een procreatieve of een fylogenetische eenheid, of nog iets anders? Verloopt evolutie geleidelijk of eerder met sprongen, zoals Gould en Eldredge met hun ideeën over punctuated equilibria beweren? Hebben epigenetische factoren invloed op het genoom, en had Lamarck dan misschien toch, al is het maar een heel klein beetje, ook gelijk?


Evolutie is tot vandaag de beste wetenschappelijke verklaring voor het leven zoals wij het kennen, lijkt het me. Het verhaal in Genesis is een mooie mythe, maar kan niet optornen tegen wetenschappelijke inzichten. Genesis presenteert, maar dit geheel terzijde, bovendien niet eens één verhaal, maar twee, die elk een wat verschillende visie op de schepper en zijn handelingen presenteren. Maar soit.


Ik vraag me af hoeveel mensen er vandaag, wereldwijd, de voortdurend groeiende inzichten van de wetenschappelijke evolutieleer onderschrijven en hoeveel er in een scheppingsmythe genre Genesis geloven. De Turkse president Erdogan haalt momenteel de media omdat hij de evolutie uit het curriculum van het middelbaar onderwijs wil schrappen. Erdogan doet wel meer dingen die niet echt moderniteit uitstralen, dus echt verwonderlijk is dit niet. Uit een onderzoek in 2009 (waar ik verwijzingen naar vond, zonder het rapport zelf te hebben gezien, overigens) zou blijken dat de acceptatie van de evolutieleer in Turkije zeer laag ligt: slechts 25% van de bevolking zou ze onderschrijven. Als Erdogan de evolutietheorie bant, treedt hij in de voetsporen van Saoedi-Arabië, waar de leer verboden is. In de Verenigde Staten, het boegbeeld van het vrije Westen en een gebied dat we toch gemakshalve bij de moderne wereld rangschikken, zou meer dan één derde van de bevolking overtuigd zijn van de onwrikbare waarheid van het bijbelse scheppingsverhaal en binnen de republikeinse aanhang zou zelfs meer dan de helft de mythe uit Genesis letterlijk nemen. In sommige staten was de evolutieleer lange tijd verboden en nu zijn er weer waar het creationisme mag worden onderwezen als alternatief voor het evolutionisme. Dichter bij huis, in Nederland, is het debat over de evolutieleer zeer levend. Gereformeerden wijzen ze gewoonlijk geheel af en prefereren een letterlijke lezing van Genesis. Zo'n 15% van Nederland is gereformeerd protestants. Hoeveel daarvan de evolutie verwerpt, zegt dit natuurlijk niet. Het al genoemde onderzoek uit 2009 leert dat één op vijf Nederlanders het bijbelse scheppingsverhaal letterlijk zou nemen. In het verregaand geseculariseerde IJsland zou meer dan 80% denken dat de evolutieleer klopt, in België een kleine 75%. In katholieke landen doen Darwin en zijn kornuiten het trouwens opvallend goed. En inderdaad, weliswaar had Teilhard de Chardin het toen hij Le phénomène humain publiceerde nog moeilijk met de Curie, maar daarna, vanaf ca. 1950, begon het Vaticaan zich merkwaardig tolerant op te stellen t.o.v. de evolutieleer. Voor het vrij (katholiek) onderwijs in Vlaanderen is er vandaag in ieder geval geen discussie: de inzichten van de evolutiebiologie behoren tot de eindtermen en moeten aan het einde van de rit doorheen het secundair gekend zijn. Of je ze ook onderschrijft, moet je zelf maar weten. In dat onderwijs wordt de evolutieleer wel steeds meer ter discussie gesteld. Niet vanuit de inrichters, maar vanuit de leerlingen, die het wetenschappelijke model verwerpen en hun geloofsovertuiging er tegenover stellen. Voor veel jonge moslims is evolutie inderdaad verwerpelijk. Veel daarvan heeft ongetwijfeld te maken met het volledige pakket van een zich afzetten door deze groep tegen alles wat westers en wit is (de smartphone valt daar wat buiten, vermoed ik). Zich terugplooien op de roots, hoe weinig toekomstperspectief die deze in een zich steeds sneller ontwikkelende wereld ook bieden. Dat Erdogan in Turkije de evolutieleer uit het middelbaar onderwijs wil bannen, zal wel zijn weerslag hebben op de manier waarop jonge moslims in West-Europa ermee omgaan.En de salafistische imams die Saoedi-Arabië exporteert, zullen allicht ook hun duit in het zakje doen. Maar moeten we ons alleen blindstaren op de evolutiebashers uit de islamitische wereld? Als in België een kleine 75% de wetenschappelijkheid van de evolutieleer onderschrijft, betekent dat nog altijd dat een dikke 25% dat niet doet (ik weet niet in welke mate in het onderzoek uit 2009 moslims procentueel correct werden verrekend). Dat hoeft niet op religieuze gronden te zijn. Een tante van me was weliswaar niet gelovig, maar het idee af te stammen van een aap vond ze vrij wansmakelijk. Ik ken humanisten die vinden dat het denkbeeld dat de mens biologisch gezien een zoogdier is als alle andere, onze soort diep onrecht aandoet.


De evolutieleer verwerp je niet alleen omdat je nog in pre-wetenschappelijk duister ronddwaalt. Je doet dat ook op grond van je gevoelens. Veel mensen houden vast aan de herinnering van een jeugd die misschien nooit heeft bestaan zoals zij ze zich herinneren, maar die hen niettemin een gevoel geeft van warmte, geborgenheid en zekerheid. In tijden van onzekerheid en bruuske veranderingen, wordt de hang naar die geborgenheid die er mogelijk nooit echt was alleen maar sterker. Mocht ik uit een zwartekousengemeenschap komen, kreeg ik wellicht een warm gevoel bij het lezen van de bijbel en de onwrikbare zekerheden die erin staan. Nu heb ik dit thuisgevoel bij Wonderen der evolutie en de boekjes uit mijn prille jeugd die me de ogen openden voor de fascinerende verscheidenheid van het leven. Ik geloof niet in de evolutie, zoals een christen in de menswording van God gelooft. Onwrikbare zekerheden heb ik niet.


Maar bij Charles Darwin en Stephen Jay Gould ben ik thuis.


Clement Caremans (c) 2017