zondag 24 mei 2020

Muurhagedissen



Muurhagedis (Podarcis muralis)



Muurhagedissen


Ik vermoed dat ik als tiener een beetje een nerd was, hoewel dat woord toen nog niet werd gebruikt. Ik was bijvoorbeeld nooit een van de populaire jongens met wie men per se bevriend wou zijn of voor wie de meisjes een boon hadden. Nee, ik was altijd eerder een wat marginaal geval, denk ik, veeleer een toeschouwer aan de zijlijn dan een spilfiguur die middenin de actie stond. Ik was geen Beatles- of Stonesfan, had niets met Bob Dylan, Diana Ross of toen populaire glamrockers als Alice Cooper of Gary Glitter maar luisterde naar oude 78-toerenplaten met muziek van Grieg, Chopin, Liszt of Massenet. Ik zat niet achter de grieten aan maar was nu en dan in stilte verliefd, ik ging niet uit dansen of fuiven maar zat thuis met mijn neus in de boeken, of ik struinde rond in de Hobokense polder, speurend naar wat daar leefde en groeide. De natuur was mijn passie, om het ietwat hoogdravend te zeggen, en heel veel van wat ik las had te maken met biologie, dieren en planten. Met mijn spitsbroeder Henk fietste ik naar de Kalmthoutse heide, waar we dan op zoek gingen naar heikikkers, zandhagedissen, hazelwormen, adders en ringslangen, soorten die we er helaas nooit hebben gezien omdat ze er waarschijnlijk ook toen al niet meer of nog nauwelijks voorkwamen. In de polder van Hoboken was het eveneens vooral de herpetofauna die ons in die dagen interesseerde. Daar zaten kikkers, bruine en groene, verschillende soorten watersalamanders en levendbarende hagedissen. Die laatste waren vooral talrijk langs de oude spoorweg bij de ruïne van de Aciérie, en in het late voorjaar kon je op een zonnige middag de hagedissen zien terwijl ze lagen te zonnen op stenen, bielzen of de spoorwegrails - met een beetje geluk zag je een zwanger vrouwtje of jonge, piepkleine hagedisjes. Enkele daarvan werden mee naar huis genomen en kwamen in een terrarium terecht. Bij mij thuis werd er nooit met vakantie gegaan, maar Henk ging met zijn ouders wel eens naar Italië, waar het, wist ik, krioelde van de hagedissen en waarvan hij een keer een jonge smaragdhagedis meebracht die helaas ieder voedsel weigerde tot ze in fine de geest gaf. En mijn kameraad Damien bracht eens van een zomervakantie in Carqueiranne een muurgekko mee, die toch nog een jaar of twee in een terrarium heeft doorgebracht.
Pas toen ik vele jaren later voor het eerst in Toscane kwam, zag ik daar met eigen ogen de alomtegenwoordigheid van hagedissen. Ze zaten overal op en rond het huisje dat we huurden in Ciggiano, nabij Monte San Savino - op en onder de pannen, op de muren, op de stenen van het terras, op de schors van de olijfbomen, met flitsende bewegingen jagend op insecten, met de ribben breed uitgespreid bakkend in de zon of wegvluchtend in voegen en spleten. Zelfs onder en achter de kasten binnenshuis zaten er hagedissen. In de Dordogne, waar we ook jarenlang heel vaak kwamen, zaten er eveneens muurhagedissen, maar die waren minder kleurrijk dan de Italiaanse en er waren er vooral veel minder. Dat ze ook in België leefden, had ik als tiener al gelezen in het Fort-album De Dieren van België, maar ik had ze er nooit gezien en vermoedde dat ze er inmiddels wel het loodje hadden gelegd. Maar nu lees ik op Natuurpunt.be (*) dat er in Heverlee zitten, en in flinke aantallen bovendien.
Als dat geen fijn nieuws is.


https://www.natuurpunt.be/nieuws/muurhagedis-vriendelijk-herstel-van-oude-abdijmuren-heverlee-20200406



Siciliaanse muurhagedis (Podarcis waglerianus)

Clement Caremans (c) 2020