De gierzwaluwen zijn er!
Ik hoor ze! Ik hoor ze!"
Mijn betere helft is op de tweede verdieping bezig met onze bloembakken. Experimentele bloembakken, want onze leverancier sinds vele jaren van plantjes is ermee gestopt en nu zoeken we een alternatief. Nora heeft het niet zo voor de overkweekte, op allerlei manieren gemanipuleerde petunia's, surfinia's, lobelia's, pelargoniums, begonia's e tutti quanti uit de grote tuincentra en probeert het nu met zelf gezaaide bloemen en met eetbare planten, betrokken bij een leverancier die onder geen beding kweker of bloemist genoemd wil worden en die in normale omstandigheden vooral levert aan restaurants en speciaalzaken maar nu tijdens de lockdown even een ander marktsegment uitprobeert.
Ik zit beneden aan tafel aan mijn computerscherm, een plek waar ik intussen een heel groot deel van de jongste zeven weken heb vertoefd. Opgehokt en wel, telewerkend. Verwoed e-mailend en chattend met collega's, regelmatig videocalls houdend (the horror!) en voor het overige teksten schrijvend, nota's in het kader van de heropstart van het museum na de lockdown light, een publicatie bij de tentoonstelling die we momenteel voorbereiden: "Contrast", de eerste heuse tijdelijke expo in jaren in het Vleeshuis, met knappe foto's van muzikanten van de Hobokense fotograaf Frank Lambrechts. Van de feestelijke opening die we in gedachten hadden, komt uiteraard niets in huis, daar steekt SARS-CoV-2 een stokje voor.
Soit.
"Ik hoor ze!" klinkt het nogmaals, opgewonden, en dan, ter verduidelijking: "De gierzwaluwen zijn er!" Ik loop naar buiten en luister aandachtig, maar ik hoor niks. Geen schurend, snerpend geluid waar ik altijd een heel voorjaar met enige spanning naar uitkijk. Collega Jef hoorde er in de buurt van de Kerkstraat al op 24 april, maar hier in de Kielse Schijfstraat bleef het tot vandaag stil. Niet echt stil, uiteraard, want een hele kolonie huismussen tsjilpt, tiert en foetert mij iedere ochtend om zes uur wakker, spreeuwen geven duchtig van katoen, hier en daar hoor ik een merel en de jongste weken kraait er in de buurt wel eens een haan. Maar gierzwaluwen heb ik nog niet gehoord. Ook daarnet niet. Maar ik heb ze wel gezien, naar boven turend met half dichtgeknepen ogen vanwege een nogal felle zon. De lucht was net mooi helder blauw, en daar tekenden een tiental als stuka's dooreen slierende zwarte sikkelvormige silhouetjes zich tegen af. Hopelijk maken ze dit jaar, net als vorige zomer, weer gebruik van de nestkast die we jaren geleden onder onze corniche hingen. Ik kijk er naar uit.
Clement Caremans (c) 2020
