Wild
Jarenlang gingen wij 's zomers naar Toscane. Soms in juni, meestal in september. Juni was eigenlijk het mooist, want dan stond alles in bloei. Vooral enkele velden langs de E78, de oude weg van Monte San Savino (vlakbij Ciggiano, waar we gewoonlijk een huisje huurden) naar Siena maakten indruk. Tussen Palazzuolo en Colonna di Grillo was een aantal velden helemaal rood van de klaprozen. Zo intens rood, dat we er stil van werden. Rothkovelden. En op die klaprozen zat het vol insecten, ook bijen. De olijfgaard van het huisje waar we logeerden, was eveneens een wildebloemenparadijs, met bijen, hommels, torren, vlinders, wantsen, sprinkhanen navenant. Wandelingen in de Dordogne, de Pyreneeën, de Calestienne, Suffolk, Somerset, Devon, Wales, de Voer, Friesland of zelfs de Hobokense Polder, vertellen telkens hetzelfde verhaal: waar er een grote diversiteit is aan bloeiende wilde planten, zitten er veel insecten. Wildheid loont. Haal de wilde bloemen weg, en het wordt akelig stil in de lucht. In een maïsveld zoemen geen hommels of bijen. In ons piepkleine stadstuintje, waar ossentong, donkere ooievaarsbek, gele dovenetel, stinkende gouwe, leeuwenbek en robertskruid dooreen woekeren, krioelt het momenteel van de wilde bijen en de hommels. Ook op de royaal bloeiende kardinaalsmuts zijn ze verzot. Ik geef het grif toe: keurig is onze Kielse hortus conclusus niet. En de stippelmotrupsen, die in de loop van de volgende weken de kardinaalsmutsen half kaal zullen vreten en hun spinsels tussen de kalende takjes achterlaten, maken de zaak niet keuriger. Maar de rupsen trekken mezen en mussen aan, die er hun nestjongen mee voederen, wat alweer voor uitbundig gefladder zorgt. In een gedesignde tuin met alleen maar hortensia's, buxus of bamboe, zie je geen bij, hommel of mus. Toegegeven, ook geen stippelmotrups - en als er al een zich zou laten zien, was er wel de spuitbus binnen handbereik. Nee, doe mij maar wild. Met bijen en rupsen. En vogels.
Clement Caremans (c) 2019

