![]() |
| Kamsalamander of grote watersalamander (Triturus cristatus) |
Triturus sp.
Reeds als kind had ik een bijzondere fascinatie voor reptielen en amfibieën. Ik had dikkopjes en later ook kikkers, padden en salamanders in aquaria en terraria. Bruine kikkers werden gevangen in de sloten van de Hobokense polder, vooral in de buurt van de terreinen van Maccabi, voorbij de Visputten. In die sloot huisden tussen waterpest, kranswier, vederblad, hoornblad en sterrenkroos ook kleine watersalamanders, stekelbaarzen, waterspinnen, bootsmannetjes en waterschorpioenen, op de planten kropen poelslakken en posthoorntjes rond en aan de oppervlakte joegen schaatsenrijders en schrijvertjes. Ik wou van al dat moois en fascinerends de naam weten en slaagde erin heel wat te determineren aan de hand van het boekje Wat vind ik in sloot en plas? van W.J. Prud'homme van Reine, dat ik van mijn moeder had gekregen en haast uit het hoofd kende. In de plassen rond en in de bunkers van de Wilrijkse Moerelei, door ons destijds de "redoutes" genoemd, kon je behalve kleine watersalamanders ook alpenwatersalamanders, vinpootsalamanders en kamsalamanders vinden. In die waters, met een veel groter oppervlak dan de poldersloten, zaten tussen de waterranonkels en de gele plompen ook groene kikkers, soms enorme kleppers. En nog andere reuzen: de zwarte en geelgerande watertor, de eerste een trage en goeiige planteneter, de andere een pijlsnelle rover die kikkervisjes en stekelbaarsjes belaagde. Ik hield ze in aquaria en kon er eindeloos naar zitten kijken, net als naar de in het water levende larven van libellen met hun uitklapbare vangmasker dat hen in staat stelde bliksemsnel argeloze prooien te overmeesteren. Ik keek uiteraard ook uit naar padden, maar die heb ik er nooit gezien: mijn eerste gewone pad, die ik Cleo doopte, van Cleopatra uiteraard (pun very much intended), ving ik op een schoolreis ergens in Brabant toen ik een jaar of elf was. Het was eind juni, een zwoele dag met in de namiddag plots een onweer. Na de bui kwamen overal kleine padjes tevoorschijn, waarvan ik er één meenam; ze kwam in een terrarium terecht waar ik ze jarenlang heb gehouden, eerst alleen, later met een gezel die Cesar werd gedoopt. Watersalamanders hield ik in een dicht met waterpest en hoornblad begroeid aquarium: de mooie kamloze blauw met zwarte alpenwatersalamander met zijn rode buik, de polka-dot getekende kleine watersalamander met zijn heel hoge rug- en staartzoom en de vreemde vinpootsalamander met zijn afgeknotte staartpunt waaraan nog een draadvorming aanhangsel bengelt. De absolute topper was echter de waarlijk glorieuze kamsalamander die ik ooit kreeg van een neef die hem naar verluidt had gevangen in de niet lang daarna gedempte Zuiderdokken. Het was een prachtig beest, maar op een dag ontsnapte hij uit zijn aquarium en ik heb hem nooit teruggevonden. Wellicht rusten zijn gemummificeerde stoffelijke resten nog altijd ergens onder een planken vloer of achter een plint in nummer 66 van de Hobokense Draaiboomstraat.
Clement Caremans (c) 2019
![]() |
| Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) |



