Nieuwe huurders
Jarenlang nestelden er gierzwaluwen in de omkasting van de dakgoot van onze buren. Maar toen de corniche werd vervangen, verdween ook de nestplaats van de vogels. Weg gierzwaluwen. Toen wij wat later onze dakbedekking en corniche lieten vervangen, besloten we meteen ook een gierzwaluwennestkast te hangen. Er zaten nog altijd gierzwaluwen in onze buurt, al hadden we de indruk dat de meeste nestplaatsen in onze straat verdwenen waren: daken waren in de loop der jaren gerenoveerd, gevels gesaneerd, maar aan de gierzwaluwen was helaas niet gedacht.
Vier jaar geleden plaatsten we onze nestkast. Ieder voorjaar, in mei, als de gierzwaluwen uit de tropische oorden terugkeerden waar ze driekwart van het jaar verblijven, keken we reikhalzend uit naar eventuele gebruikers van het gierzwaluwenappartement. Nougatbollen, telkens weer. Tot daarstraks mijn betere helft me kraaiend van de pret kwam vertellen dat we dit jaar huurdertjes hebben. Ik ging poolshoogte nemen en inderdaad: uit het vlieggat van de nestkast verscheen het rare kopje van een gierzwaluw, waarna die als een stuka het Kielse luchtruim koos. Gierend, zoals het hoort. In de nestkast hoorde ik zacht gepiep.

Over enkele weken vliegen de piepertjes uit en in augustus trekken ze hun ouders achterna richting Afrika. Dan begint voor hen een leven dat zich haast geheel in de lucht afspeelt. Alleen om te broeden zullen ze nog de vaste grond opzoeken: de rest van hun bestaan zullen ze vliegend doorbrengen. Zelfs om te paren en te slapen zullen ze niet landen: slapen doen ze al vliegend, op een hoogte van 1500 tot 5000 meter. Hun leven zal vooral gevuld zijn met het jagen op insecten, waarvan ze er dagelijks een paar duizend soldaat maken. Al jagend zullen ze vele tienduizenden kilometers afleggen, zowel in de zomermaanden in het West-Europese zwerk als de rest van het jaar in het Afrikaanse luchtruim.
Maar voorlopig piepen ze nog zachtjes in de gierzwaluwenkast onder onze corniche en worden ze door hun gierende en krijsende stuka-ouders volgestopt met insecten.
Clement Caremans (c) 2019


