zondag 8 februari 2026

Alles van waarde is weerloos

 



Alles van waarde is weerloos 

 

 

We kennen allemaal het droeve verhaal van het tragische lot van de dodo. Of van de trekduif. Of de reuzenalk. Of misschien wel van de Carolinaparkiet. Sinds de West-Europese mens in de zestiende eeuw de wereldzeeën begon te verkennen en daarbij voet aan wal zette in verre landen, vaak eilanden, stroomt een tsunami van extincties over de aardkloot. Nogal wat soorten werden en worden heel bewust gedecimeerd, meestal omdat er veel mee te verdienen was en is. De tijger balanceert op de rand van de totale verdwijning, net als de verschillende neushoorns en schubdieren. Aan lichaamsdelen van deze dieren wordt immers door diverse kwakzalverijen bijzondere helende kracht toegeschreven, en dat brengt geld in het laatje. De wolf werd ei zo na uitgeroeid omdat hij wel eens een kalf of schaap als prooi kiest. De Tasmaanse tijger ging over de kling omdat men dàcht dat hij wel eens een schaap pakte, wat niet het geval was. 


Veel eilandsoorten werden haast per ongeluk naar gene zijde geholpen. Op de grond broedende papegaaien, duiven, rallen en koeten, die wegens geen natuurlijke vijanden het vliegvermogen én het vluchtinstinct waren kwijtgespeeld, vormden een gemakkelijke prooi voor de ratten, katten en varkens die door Hollandse, Britse of nog andere matrozen op nieuw ontdekte eilanden werden gelost. 

Dit uitsterven gaat onverminderd door, naarmate de mens de aarde almaar verder kaalkapt, afbrandt, omploegt, volstort en opwarmt. Vandaag staan heel veel soorten planten, dieren en schimmels op uitsterven, of ze verdwijnen geruisloos zelfs voor ze door de wetenschap werden ontdekt en beschreven. Daar is heel wat bij waar een gewoon mens nog nooit over hoorde: sommige taxa leven op slechts enkele vierkante kilometer in een of ander tropisch bergwoud. Maar er zijn ook heel vertrouwde, nabije soorten die het niet al te best doen. Wadvogels die iedere vogelaar kent, zoals de zilverplevier, de bonte strandloper en de steenloper, doen het bepaald slecht en werden op de Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature als "vulnerable" dan wel "near threatened" ingeschaald. De oorzaken van hun achteruitgang zijn legio: zowel in hun broed- als hun overwinteringsgebieden worden habitats vernietigd, en tijdens hun trek worden ze in het Middellandse-Zeegebied en het Nabije Oosten massaal afgeknald. Maatregelen als strengere jachtreglementering en bescherming van habitats dringen zich op.


Voor de dunbekwulp (Numenius tenuirostris) komt elke maatregel te laat. De vogel was altijd al een beetje een mysterie. In de negentiende eeuw zou hij een vrij talrijke doortrekker in Europa zijn geweest, met een zevental waarnemingen in België. Twintigste-eeuwse vogelgidsen benadrukken echter steevast de zeldzaamheid van de vogel. Ernst Hartert schrijft in Die Vögel der paläarktischen Fauna dat het tot 1909 duurde voor men wist waar de vogel broedde. Lange tijd nam men aan dat het in feite om een mediterrane soort ging, maar in 1909 vond men nabij Tara, ten noorden van Omsk in zuidwestelijk Siberië een nestplaats. Op grond daarvan schreef Hartert dat de dunbekwulp behalve aan de Irtysj vermoedelijk ook aan de Ob en bij het Tsjanymeer nestelde. Paul Johnsgard (The Plovers, Sandpipers and Snipes of the World), die de vondst van het eerste nest niet in 1909 maar in 1916 situeert, oppert ook de benedenloop van de Volga en de Oeralrivier als mogelijke broedgronden. Overwinteren deed de dunbekwulp in Marokko, waar volgens Glutz von Blotzheim (Handbuch der Vögel Mitteleuropas) in de winter van 1964 een groep van 600 à 900 vogels verbleef tussen Merja Zerga en Puerto Cansado. In de jaren 1987-1993 verbleven iedere winter nog drie dunbekwulpen in Merja Zerga; de laatste waarneming gebeurde in 1995. Sindsdien werd Numenius tenuirostris nergens ter wereld nog gezien en jarenlang stond de soort op de Rode Lijst van de IUCN genoteerd als "critically endangered". 

Tot men op 10 oktober 2025 besliste ze officieel uitgestorven te verklaren.



Clement Caremans (c) 2025