Wespen
Ze zijn er weer, de wespen. Als je buiten een hapje eet of een glaasje drinkt, zoemen ze om je hoofd, zetten zich neer op de rand van je pint, je glas wijn of je cola, of landen ze op je muesli, je mozzarella of je boterham met confituur.
Nogal wat vrienden en kennissen van me hebben een bloedhekel aan wespen. Zodra een wesp in hun blikveld verschijnt, pompt de adrenaline door hun bloedvaten en schakelen zij naar killermodus. De wesp moet dood. Ze wordt neergemept met hand, servet of krant en vervolgens, terwijl ze nog wat suffig op het tafelblad rondkruipt, met mes of vork tot moes geplet. Sommigen beschikken zelfs over high tech anti-wespapparatuur: een soort tennisraket met een batterij erin - met een druk op een knopje worden de draden onder stroom gezet en de wesp die ertegenaan vliegt, wordt geëlektrocuteerd, geroosterd, gebraden, verkoold.
Deze tijd van het jaar, behalve hoogzomer ook komkommertijd, is de wesp een onderwerp waaraan kranten wel eens aandacht willen besteden. Ook van de meeste krantenartikels is de teneur: kill the bastards. En dan leer je, bijvoorbeeld in interviews met medewerkers van Rentokil, hoe je de wespen in je huis of tuin finaal moet uitroeien. En je krijgt tips om je tuin maximaal wespvrij te krijgen en te houden.
Het fanatisme dat wespen te beurt valt, verbaast me eigenlijk een beetje. Toegegeven, dat ze je op een warme zomerse namiddag maar moeilijk met rust kunnen laten, is wat hinderlijk. Maar ze zijn lang niet zo opdringerig of agressief als muggen, knijten en dazen en steken doen ze eerder bij uitzondering. Over dat steken moet trouwens nog worden gezegd, dat er een essentieel verschil is tussen het steken van wespen en dat van muggen etc. Muggen, dazen en knijten steken in feite niet, maar bijten: ze penetreren je huid met een steeksnuit die tot in je subcutane bloedvaten doordringt en daar het bloed opzuigt waarmee de beestjes zich voeden. Bij dat bijten worden anticoagulantia in het wondje gespoten, die het opzuigen van het bloed moeten vergemakkelijken, en komen er meteen ook nog wat bacteriën, protozoën of virussen in je bloedbaan terecht. Meestal kom je er in onze streken vanaf met een jeukende zwelling, een allergische reactie op de anti-stollingsstoffen, maar in grote delen van de wereld riskeer je op die manier de verwekkers van gele koorts, malaria of trypanosomiase, aka slaapziekte, in je bast te krijgen.
Met wespen heb je dat probleem niet. Wespen eten zoetigheid, geen mensenbloed. In hun prachtige papieren nesten voeden de werksters - wespen zijn, net als hun verwanten de bijen, hommels en mieren hooggeorganiseerde sociale insecten - hun larven met allerlei dierlijk voedsel, vooral insecten als muggen en vliegen. Grote aantallen van deze door de meeste mensen als weinig aangenaam ervaren zespotertjes moeten eraan geloven: een nest van 6.000 wespen maakt in één week een half miljoen vliegen en zo’n 130.000 muggen soldaat. Bovendien fungeren wespen als een natuurlijke opruimingsdienst. Kadavers van kleine dieren - muizen, kikkers, vogels - worden in stukjes gebeten en gevoederd aan de larven. Tijdens hun rooftochten, waarvan het resultaat dus quasi geheel in ons voordeel is, ontmoeten ze inderdaad wel eens onze pint of ons aardbeiengebakje op hun weg. Dat is even lastig, maar afdekken helpt gewoonlijk al. Meppen helpt zelden: de bruuske bewegingen en de turbulentie die ze veroorzaken, maken de wesp alleen maar agressief. Een hongerige wesp steekt niet, een door stress tot agressie geprikkelde doet dat wel. En een stervende wesp verspreidt feromonen die haar soortgenoten op hun beurt agressief maken.
Een wesp steekt met haar angel, die met een gifklier in verbinding staat. Dat gif zorgt ervoor, dat de steek behoorlijk pijnlijk kan zijn, maar gewoonlijk geheel ongevaarlijk is. Alleen als je allergisch bent voor wespengif, kan een steek een anafylactische shock veroorzaken en daaraan kan je zelfs doodgaan. Uiteraard lees je in kranten alleen over de heel zeldzame kwalijk aflopende confrontaties tussen mens en wesp. Papier is verduldig, en de digitale kanalen zijn het nog meer.
Neem eens de moeite om een wesp aandachtig te bekijken. Het is toch een wondermooi insect? Het design is onverbeterlijk: sierlijk, gestroomlijnd, evenwichtig. Wespen missen uiteraard het hoge aaibaarheidsgehalte van hun nichtjes de hommels en de bijen, maar als er één insect is dat het label "glamour" met verve verdient, dan wel de wesp. Ze speldt je bovendien niets op de mouw, ze ziet er uit zoals ze is en ze is zoals ze eruit ziet: een snelle rover. What you see is what you get.
Ik beken het: ik heb het nogal voor wespen. Ik wil ze uiteraard liever niet in mijn huis: ik heb ook wel eens een wespennest in mijn verluchtingskanalen of tussen het plafond gehad, en dat wou ik ook weg.
Maar in mijn tuin laat ik ze (zo goed als) met rust.
Clement Caremans (c) 2018

