![]() |
| Vroedmeesterpad |
Paddenhandjes en nazi-schurken
Jarenlang kwamen wij heel veel in de Calestienne, het kalkrijke gebied waar de Viroin doorheen stroomt en waar je een heel aparte fauna en flora vindt. Een soort die daar floreert, is de vroedmeesterpad (Alytes obstetricans), een heel primitieve kikkerachtige uit West- en Zuid-West-Europa waarvan het mannetje de eisnoeren die het wijfje legt, rond zijn achterlijf wikkelt en daar dan een paar weken mee rondkruipt. Hij verblijft op het droge maar zoekt nu en dan water op om de snoeren wat vochtig te houden en na een drietal weken, als de embryo's ontwikkeld zijn tot kikkervisjes, zoekt hij een waterpartij - een plas, greppel, poeltje of karrenspoor - om de eitjes erin te deponeren, waarop de visjes prompt uitzwemmen. Ik heb in de Calestienne maar eens een enkel vroedmeesterpadje ontmoet, en in de Voerstreek waar we vaak gaan wandelen en waar ook vroedmeesterpadden zitten, zag ik ze (nog) nooit. Evenmin zag ik ze in het Hallerbos, dat mijn betere helft en ik vroeger frequenteerden, vóór de boshyacintenhype dit prachtige landschap iedere lente transformeerde tot een te mijden oord met een drukte die aan het shopping center van Wijnegem herinnert.
Ik dacht dus dat de vroedmeesterpad een beestje was dat een uiterst verborgen leven leidt, tot we op een keer, toen we in in Montréjeau verbleven, aan de voet van de Pyreneeën in de Haute Garonne, er vele tientallen hoorden en zagen in de tuin van het huis waar we logeerden. De hele tijd hoorde je hun hoog getinkel, en als je in de plantenschalen keek of in de voet van de tuinparasols, wemelden de padjes daar dooreen, terwijl het in de wat grotere waterpartijen krioelde van de paddenvisjes. Een Algerijnse vriend van onze gastvrouw en -heer had het niet hoog op met de diertjes: hij associeerde ze met djinns, waarschijnlijk vanwege het water waarin ze leefden - we kwamen er niet echt achter hoe de vork precies aan de steel zat. Padden en hun verwanten werden en worden overigens wel meer met onheil in verband gebracht, en in het Europese volksgeloof worden ze vaak geassocieerd met hekserij.

Een merkwaardig verhaal in verband met de vroedmeesterpad las ik jaren geleden bij Arthur Koestler. In The Case of the Midwife Toad vertelt hij de geschiedenis van de Oostenrijkse bioloog Paul Kammerer. Kammerer was een aanhanger van de lamarckistische visie op evolutie. In tegenstelling tot de volgelingen van Charles Darwin, voor wie evolutie in eerste instantie gedreven wordt door de overerving van door toevallige mutaties ontstane eigenschappen middels een proces van natuurlijke selectie, denken de aanhangers van Jean-Baptiste Pierre Antoine de Monet, Chevalier de Lamarck, dat eigenschappen en kenmerken die een organisme in de loop van zijn leven ontwikkelde, via erfelijke weg kunnen worden doorgegeven aan volgende generaties. Kammerer specialiseerde zich in experimenten met amfibieën, waarbij hij probeerde aan te tonen dat blinde en kleurloze olmen gekleurd en ziend kunnen worden als je ze aan de juiste omstandigheden blootstelt, dat eierleggende vuursalamanders levendbarend kunnen worden en levendbarende alpensalamanders eierleggend in de juiste context, én dat deze verworvenheden dan ook nog kunnen worden doorgegeven aan het nageslacht. Vroedmeesterpadden hield hij in terraria waarin de temperatuur hoger was dan de dieren normaliter prefereren, en zo bracht hij ze ertoe het water op te zoeken. Omdat vroedmeesterpadden niet in het water paren, missen de mannetjes de paringskussentjes aan hun voorpoten waarmee haast alle mannelijke kikkerachtigen die zwemmend de liefde bedrijven de wijfjes tijdens de amplexus stevig omklemmen. Kammerer beweerde dat al na twee generaties zijn vroedmeestermannetjes zwart gekleurde eeltige paringskussentjes ontwikkelden. Ongetwijfeld hadden de voorouders van Alytes obstetricans ook kussentjes gehad, maar Kammerer beschouwde ze als een nieuw verworven eigenschap. Binnen de wetenschappelijke wereld werden zijn claims met ongeloof onthaald. De geprepareerde specimens die hij als bewijs aandroeg, werden microscopisch onderzocht door critici en Gladwyn Kingsley Noble van het American Museum of Natural History ontdekte dat er helemaal geen nuptiaal eelt aanwezig was op de paddenhandjes, maar dat het zwart afkomstig was van injecties met Oost-Indische inkt. Kammerer ontkende van het bedrog op de hoogte te zijn en verdacht een overijverige assistent ervan de injecties te hebben toegediend, maar hij bleef bij zijn claims. Binnen de wetenschappelijke wereld werd hij echter als bedrieger aan de kaak gesteld en zijn reputatie was naar de haaien. Zes weken na het verschijnen van Nobles vernietigende artikel in Nature, maakte Paul Kammerer een einde aan zijn leven in het bos van Schneeberg.
Hiermee was de controverse niet ten einde. Arthur Koestler stelt in The Case of the Midwife Toad dat het frauduleuze gebeuren politiek geïnspireerd was. Kammerer stond bekend als een fervent socialist en pacifist en als zodanig had hij zeker heel wat vijanden aan de Weense universiteit, die in die dagen een broeinest was van het opkomende nationaal-socialisme. Een jonge nazi zou de gehate rooie Kammerer erin geluisd hebben, met een daad van sabotage die helemaal in de lijn lag van hoe het er in die dagen in Wenen aan toe ging. Binnen de biologische wereld werd Koestlers hypothese niet gevolgd en Kammerer bleef er persona non grata, niet alleen door het gedoe met de pad, maar ook omwille van andere heterodoxe interesses van de man. Zo was hij bijvoorbeeld ook gefascineerd geweest door reeksen van toevallige gebeurtenissen en hij schreef daar een boekje over, Das Gesetz der Serie, dat Carl Gustav Jung beïnvloedde bij de ontwikkeling van zijn theorie over betekenisvolle synchroniciteit. Kortom: Kammerers interesses schurkten wat ongemakkelijk aan tegen de parapsychologie, en dat maakte hem als wetenschapper sowieso enigszins verdacht. Maar gezien de belangstelling die de biologie in onze tijd aan de dag legt voor epigenetica, vermoed ik dat het laatste woord over de onfortuinlijke Paul Kammerer en zijn padjes nog niet is gezegd of geschreven.
Ik blijf benieuwd.
Ik blijf benieuwd.
Clement Caremans (c) 2019


