zondag 19 juli 2020

Slachtleeuwen




Slachtleeuwen




Vandaag 11 juli, de Dag van de Vlaamse Gemeenschap. Aan openbare gebouwen en bij particulieren die de Vlaamse natie een warm hart toedragen, wappert een leeuwenvlag. En op vieringen klinkt traditioneel de Vlaamse Leeuw, al zal de kloeke klank van het uit volle borst gezongen allegro marciale enigszins gedempt worden door de vanaf vandaag op publieke plaatsen verplichte mondmaskers.

Leeuwen. De echte dan. Ik had er als kind al een zwak voor en dat is nooit overgegaan. Daarom schreef ik er ooit iets over, over de echte Panthera leo van vlees en bloed en over de leeuw die tussen onze oren zit, bij uitstek ook in Vlaanderen (*).

Vorige week las ik in Trouw een triest artikel over leeuwen. De leeuw, sinds mensenheugenis een dier dat ontzag inboezemt en symbool staat voor menselijke eigenschappen als moed en zielenadel, wordt in Zuid-Afrika gekweekt voor de jacht en de slacht. Dubieuze farms in het woeste achterland van Zuid-Afrika herbergen naar verluidt zowat 12.000 leeuwen die werden gefokt voor de kogel of het slagersmes. Er zijn in het geheel zo'n 333 leeuwenfokkerijen, waarvan een tachtigtal bovendien open is voor publiek. Sommige van deze farms pretenderen te kweken met het oog op de instandhouding van de soort (er zijn nog maar ca. 20.000 wilde leeuwen in heel Zuid-Afrika) maar in werkelijkheid zijn ze betrokken bij een hoogst onwelriekende business.

Als een leeuwin geworpen heeft, worden de welpjes na enkele dagen weggenomen en met de hand gevoerd door mensen, heel vaak jonge meisjes die tot 1000 euro per week dokken om de diertjes de fles te mogen geven. Ze worden weliswaar niet echt tam - het blijven leeuwen - maar verliezen wel elke argwaan tegenover mensen. Na enkele weken verhuizen ze naar toeristenattracties waar bezoekers entree betalen; voor 5 tot 15 euro extra mogen die de welpen aaien en er selfies mee maken. Gewoonlijk krijgen de vrijwilligers en de toeristen te horen dat de welpjes van een in het wild gedode leeuwin zijn en dat ze teruggezet worden zodra ze groot zijn.

Leeuwen blijven leeuwen: je kan ze niet eindeloos knuffelen. Dus worden ze, eens ze de aaibaarheid zijn ontgroeid, losgelaten in een omheind gebied. Daar kunnen betalende toeristen begeleide wandeltochten maken om de jonge leeuwen van dichtbij te zien. Als ze nog ouder worden en dank zij hun manentooi trots en kracht lijken uit te stralen, worden ze interessant voor trofeejagers, rijke macho's die 11.000 tot 17.500 euro neertellen om in een omheind park vanuit een terreinwagen een vaak vooraf gedrogeerde leeuw af te knallen.

Andere dieren worden versast naar obscure abattoirs, waar aan de lopende band leeuwen worden geslacht, gestroopt en uitgebeend. Vooral de botten zijn goud waard. In China gelooft men heilig in de wonderlijke geneeskracht en het potentieverhogende vermogen van beenderen van grote katachtigen, in het bijzonder van de tijger. Door de groeiende kapitaalkracht van de Chinese middenklasse, is er een enorme markt voor tijgerbotten ontstaan. Helaas is de tijger zo goed als uitgestorven, dus kunnen beenderen van gefokte leeuwen de lacune opvullen. Sinds de Verenigde Staten in 2016 de import van jachttrofeeën verbood, neemt het aantal leeuwen dat wordt geschoten af, terwijl het slachthuis als bestemming aan belang wint. Dat betekent niet dat Amerikaanse would-be jagers het nu zonder trofeeën moeten stellen. Leeuwenranches zijn in de VS, vooral in Texas, een groeiende business. Daar kunnen liefhebbers met veel poen hun hartje ophalen aan "canned hunting", jacht in een kooi. Een leeuw schieten en opgezet mee naar huis nemen mag immers, zolang het beest op Amerikaans grondgebied werd gedood: alleen de import uit Afrika is verboden.

De leeuwenindustrie in Zuid-Afrika heeft uiteraard ook een raciaal kantje. Het zijn vooral rijke "blankes" die garen spinnen van het hele onfrisse gedoe en dank zij de mega-inkomsten hun levensstijl uit de apartheidstijd kunnen continueren. "Swartmense" mogen in het slachthuis in uiterst onhygiënische omstandigheden leeuwen stropen en uitbenen.

(*) https://antwerpsbestiarium.blogspot.com/2019/06/vlaamse-leeuwen.html


Clement Caremans (c) 2020