zondag 19 juli 2020

Supernormale stimuli







Zilvermeeuw probeert reuzenei uit te broeden


Supernormale stimuli




10 februari 2020. Ciara, of voor onze oosterburen Sabine, is inmiddels het land uit. Hoewel we van haar bestaan nog maar heel recent op de hoogte waren gebracht, leek zij in een paar dagen tijd al een oude bekende. We vernamen dat Ciara in feite Iers is en dus als "kiera" zou moeten worden uitgesproken, en niet op zijn Italiaans als "tsjiara" - om als "kiara" te klinken in het Italiaans had de schrijfwijze Chiara moeten zijn, zoals bij het heilige vriendinnetje van Franciscus van Assisi.

We leerden dat ze een echte zware storm was en ze daarom een naam had gekregen - Europeanen geven hun stormen gewoonlijk geen naam, in tegenstelling tot de Amerikanen - en dagenlang was het op de radio en in de digitale media Ciara voor en Ciara na. Frank Deboosere, Sabine Hagedoren, David Dehenauw e tutti quanti sloegen ons om de oren met warmte- en koudefronten, cyclonale kernen en rukwinden van 80, 90, 100, 120 en 130 (en tijdens de onweders wanneer er een koudefront passeert misschien wel 150) kilometer per uur. Toen Ciara eind vorige week de Britse Eilanden aandeed, hadden ze daar meteen goed prijs. Dus werden hier in België zowat alle openbare evenementen afgelast, werden bossen, parken en natuurgebieden gesloten, kregen de treinen een speciale uurregeling (in sommige buurlanden reden gewoon geen treinen), lagen de vlieghavens lam en zat iedereen met een bang hart te wachten op het onheil dat komen zou. Het onheil bleef echter grotendeels weg. Er waaiden wel een stuk of wat daken of hier en daar een stelling of gevel weg van een verwaarloosd gebouw, bomen werden en masse ontworteld, neervallende takken beschadigden auto's, bovenleidingen sneuvelden, kelders liepen onder en schoorstenen stortten in. Er viel ook wel een enkel slachtoffer te betreuren, maar Ciara viel al met al wel mee. Ze was geen Katrina, die in de zomer van 2005 huishield in de Mississippi-delta en ca. 1800 doden op haar conto kon schrijven, of Maria die in 2017 Puerto Rico haast van de aardbodem veegde en bijna 3100 mensen het leven kostte. In mijn onmiddellijke omgeving zorgde Ciara voor een veranda die onder stond, een minuscule hoeveelheid water in mijn bibliotheekje, met enkele beschadigde boeken als gevolg, wat plasjes in het Vleeshuis, een ondergelopen kelder in het Brouwershuis en twee onafgebroken zeurende katers, omdat ze in dat rotweer moesten binnenblijven.



Roodborst met koekoeksjong


Nauwelijks onheil aangericht: count your blessings, denk ik dan. Maar nee, links en rechts merk ik iets wat haast op ontgoocheling lijkt. Ciara heeft ons een oor aangenaaid. Ze was helemaal niet zoals ons was beloofd. Het was eigenlijk een stormpje van niemendal, terwijl we ons stiekem hadden verlekkerd op een vleugje apocalyps. "Die trut van een Ciara heeft ons goed liggen gehad" schreef Fernand van Damme over de tegenstrijdige gevoelens die zo'n gemiste orkaan lijkt op te roepen. Mij doet het wat denken aan een scène die Theodore Roszak beschrijft in Where the Waste Land Ends. Een familie - Pa, Ma, Sister & Junior - staat in Yellowstone Park te wachten op het moment dat Old Faithful zijn hete water in het zwerk spuit. Als de geiser eindelijk losbarst, is het gezelschap ontgoocheld. Ze hadden er meer van verwacht. "Disneyland is bigger" zegt Junior minachtend. We willen altijd het grotere, ook al is het niet echt. Niko Tinbergen heeft een soortgelijk verschijnsel bestudeerd bij scholeksters en zilvermeeuwen. Als je die in hun broedseizoen de keuze geeft tussen een echt ei, met de correcte kleur en het juiste formaat, en een reuzenei dat ze maar met moeite kunnen bestijgen, kiezen ze prompt voor de gigant. Zangvogels verwaarlozen hun eigen jongen ten voordele van het grotere, lawaaierigere koekoekskuiken. Veel mannen gaan uit hun bol voor een kommisvoor en een kont als die van Kim Kardashian. "Supernormale stimuli" noemde Tinbergen de verlokkingen van het onnatuurlijk grote. Ik vraag me af wat Niko zou hebben gedacht over Donald Trump.

Clement Caremans (c) 2020

Kim Kardashian

Papegaaien: een klein lichtpuntje in veel duisternis

Geelvleugelara (Ara macao)




Papegaaien: een klein lichtpuntje in veel duisternis




Papegaaien. We associëren ze spontaan met hels lawaai, uitbundige olijkheid, felle kleuren en tropische gebieden. Het zijn inderdaad vooral vogels van de tropen en het evenaarsgebied, al leven op Nieuw-Zeeland de kea's in de berggebieden tot boven de boomgrens. De halsbandparkieten die over de hele wereld in stedelijke gebieden verwilderden en ook in mijn buurt floreren in het Kielpark en de Hobokense Polder, lijken evenmin problemen te hebben met ons spijts de global warming toch nog altijd vaak kille weer. Maar niettemin: papegaaien horen bij de tropen. In onze collectieve verbeelding vliegen ze rond in de dichte wouden van Zuid-Amerika, Afrika en Australië en op eilanden waar kokospalmen groeien, of ze zitten op de schouder van een Caribische piraat. Nu hebben de dieren en planten in die tropische wouden de jongste eeuwen flinke klappen gekregen door de niets ontziende roofbouw van de koloniale en postkoloniale economieën. Pretty Polly en haar verwanten hebben het hard te verduren. Vooral op tropische eilanden was de ravage enorm: niet alleen de iconische dodo, maar hele tropische eilandfauna’s zijn de jongste eeuwen door menselijk toedoen van de aardbodem verdwenen. Daarbij hebben nogal wat papegaaien het loodje gelegd. In Extinct Birds van Julian P. Hume en Michael Walters worden niet minder dan 32 soorten (bijna 10% van het totale aantal!) vermeld die sinds de 17de eeuw uitstierven, wat volgens de auteurs de papegaaien samen met de duiven en de rallen tot de meest geteisterde vogelgroep maakt.

Van een aantal van deze verdwenen papegaaien en parkieten weten we hoe ze eruit zagen, omdat natuurhistorische musea er balgen van hebben. Dat is zo voor, bijvoorbeeld, de paradijsparkiet Psephotus pulcherrimus uit oostelijk Australië (waar ook zwartwitfoto’s van bestaan), de Carolinaparkiet Conuropsis carolinensis uit Noord-Amerika (die eveneens op foto’s staat en die ook werd vereeuwigd door John James Audubon) en de de waarschijnlijk in de jaren 1950 verdwenen blauwgrijze ara Anodorhynchus glaucus. Van Lophopsittacus mauritianus en Necropsittacus rodericianus hebben we wat vage beschrijvingen en mogelijk ook afbeeldingen, afkomstig van zeevaarders ca. 1600, maar geen balgen, alleen enkele botten. We weten dat bij Lophopsittacus het mannetje veel groter was dan het vrouwtje en dat het donkere vogels waren – de zeelui hadden het over “Indische raven”. Necropsittacus was groen. Dat is het zo ongeveer: veel weten we niet dus. Op een gouache van George Edwards, gedateerd juli 1764, staat dan weer een baksteenrode papegaai met blauwe vleugelslagpennen afgebeeld waarvan geen stoffelijke resten bekend zijn en waarover ook verder niets is geweten. “A very uncommon parrot from Jamaica. Drawn from Nature the size of life,” noteerde Edwards erbij. Voor de rest weten we volstrekt niets over deze vogel.

Geoge Edwards, “A very uncommon parrot from Jamaica. Drawn from Nature the size of life.”
Gouache, 1764.

Over sommige verdwenen papegaaien weten we zo mogelijk nog minder. We weten, uit beschrijvingen van vroege reizigers, dat er op diverse tropische eilanden kleurige vogels hebben rondgevlogen die er nu niet meer zijn. Op grond van de schaarse informatie, oordeelden wetenschappers dat de dieren niet kunnen worden ondergebracht bij vormen die we vandaag kennen, en dat het dus om verdwenen soorten gaat. Maar bij gebrek aan feitelijk materiaal dat hun bestaan onomstotelijk staaft, blijven Psittacula eques, Necropsittacus francicus, Necropsittacus? borbonicus, Ara martinica, Ara erythrura, Ara atwoodi, Ara guadeloupensis, Ara gossei, Ara erythrocephala, Anodorhynchus purpurascens, Conurus labati, Psittacus violaceus, Amazona martinicana... hogelijk hypothetisch. We hebben alleen hun namen, zonder dat we weten welke biologische realiteit daarachter heeft gezeten.
Triest. Maar het gaat verder. In 1992 waren volgens James Ferguson-Lees (Endangered Birds) 70 soorten in hun voortbestaan bedreigd. Intussen werd het er niet beter op. Threatened Birds of the World telde 94 kwetsbare tot kritieke soorten in 2000 en één van die 94, de prachtige Spix' ara, wordt vandaag beschouwd als in het wild uitgestorven.

Papegaaien zijn al eeuwenlang uiterst populaire kooivogels, en precies die populariteit is mee verantwoordelijk voor de precaire situatie waarin veel soorten en populaties zich bevinden. De handel in tropische vogels eist een zware tol. In de jaren 1984-1988 werden niet minder dan 72.000 oranjevleugelamazonen en 230.000 grijze roodstaarten uit hun Zuid-Amerikaanse resp. Afrikaanse gebied van oorsprong weggevoerd; van de amazonen overleefde 19% het transport niet, terwijl van de roodstaarten 9% stierf. Deze cijfers zeggen slechts iets over de verliezen tijdens het transport en komen niet in de buurt van de totale sterfte ten gevolge van de vogelhandel. Ferguson-Lees schat dat voor iedere in het wild gevangen levende vogel in de dierenwinkel, er vier andere het loodje legden. En dan is er natuurlijk het wereldwijde verdwijnen van leefgebieden van papegaaien en parkieten: de massale houtkap in Zuid-Oost-Azië, Afrika en vooral Zuid-Amerika, waar in Brazilië sinds het aantreden van Jair Bolsonaro de vernietiging van het al zo geteisterde Amazonewoud nog in een stroomversnelling is terecht gekomen.
Bref: het gaat niet goed met de papegaaien. Dat de prachtige geelvleugelara, de nationale vogel van Honduras, aan een comeback bezig is, zoals ik lees in Smithsonian Magazine (*), is ongetwijfeld slechts een druppel op een hete plaat. Maar het blijft fijn nieuws voor een papegaaienzot als ik.

(*) https://www.smithsonianmag.com/science-nature/scarlet-macaw-recovery-national-bird-honduras-180974740/?fbclid=IwAR17nYnqJyo-XhDoT1yW3EtPmJJYexmvA9VC8lgUzjewiKr8YRthg39fAQA#.XqnMasqtAk9.facebook

Clement Caremans (c) 2020

Pirates of the Caribbean (2003)

Slachtleeuwen




Slachtleeuwen




Vandaag 11 juli, de Dag van de Vlaamse Gemeenschap. Aan openbare gebouwen en bij particulieren die de Vlaamse natie een warm hart toedragen, wappert een leeuwenvlag. En op vieringen klinkt traditioneel de Vlaamse Leeuw, al zal de kloeke klank van het uit volle borst gezongen allegro marciale enigszins gedempt worden door de vanaf vandaag op publieke plaatsen verplichte mondmaskers.

Leeuwen. De echte dan. Ik had er als kind al een zwak voor en dat is nooit overgegaan. Daarom schreef ik er ooit iets over, over de echte Panthera leo van vlees en bloed en over de leeuw die tussen onze oren zit, bij uitstek ook in Vlaanderen (*).

Vorige week las ik in Trouw een triest artikel over leeuwen. De leeuw, sinds mensenheugenis een dier dat ontzag inboezemt en symbool staat voor menselijke eigenschappen als moed en zielenadel, wordt in Zuid-Afrika gekweekt voor de jacht en de slacht. Dubieuze farms in het woeste achterland van Zuid-Afrika herbergen naar verluidt zowat 12.000 leeuwen die werden gefokt voor de kogel of het slagersmes. Er zijn in het geheel zo'n 333 leeuwenfokkerijen, waarvan een tachtigtal bovendien open is voor publiek. Sommige van deze farms pretenderen te kweken met het oog op de instandhouding van de soort (er zijn nog maar ca. 20.000 wilde leeuwen in heel Zuid-Afrika) maar in werkelijkheid zijn ze betrokken bij een hoogst onwelriekende business.

Als een leeuwin geworpen heeft, worden de welpjes na enkele dagen weggenomen en met de hand gevoerd door mensen, heel vaak jonge meisjes die tot 1000 euro per week dokken om de diertjes de fles te mogen geven. Ze worden weliswaar niet echt tam - het blijven leeuwen - maar verliezen wel elke argwaan tegenover mensen. Na enkele weken verhuizen ze naar toeristenattracties waar bezoekers entree betalen; voor 5 tot 15 euro extra mogen die de welpen aaien en er selfies mee maken. Gewoonlijk krijgen de vrijwilligers en de toeristen te horen dat de welpjes van een in het wild gedode leeuwin zijn en dat ze teruggezet worden zodra ze groot zijn.

Leeuwen blijven leeuwen: je kan ze niet eindeloos knuffelen. Dus worden ze, eens ze de aaibaarheid zijn ontgroeid, losgelaten in een omheind gebied. Daar kunnen betalende toeristen begeleide wandeltochten maken om de jonge leeuwen van dichtbij te zien. Als ze nog ouder worden en dank zij hun manentooi trots en kracht lijken uit te stralen, worden ze interessant voor trofeejagers, rijke macho's die 11.000 tot 17.500 euro neertellen om in een omheind park vanuit een terreinwagen een vaak vooraf gedrogeerde leeuw af te knallen.

Andere dieren worden versast naar obscure abattoirs, waar aan de lopende band leeuwen worden geslacht, gestroopt en uitgebeend. Vooral de botten zijn goud waard. In China gelooft men heilig in de wonderlijke geneeskracht en het potentieverhogende vermogen van beenderen van grote katachtigen, in het bijzonder van de tijger. Door de groeiende kapitaalkracht van de Chinese middenklasse, is er een enorme markt voor tijgerbotten ontstaan. Helaas is de tijger zo goed als uitgestorven, dus kunnen beenderen van gefokte leeuwen de lacune opvullen. Sinds de Verenigde Staten in 2016 de import van jachttrofeeën verbood, neemt het aantal leeuwen dat wordt geschoten af, terwijl het slachthuis als bestemming aan belang wint. Dat betekent niet dat Amerikaanse would-be jagers het nu zonder trofeeën moeten stellen. Leeuwenranches zijn in de VS, vooral in Texas, een groeiende business. Daar kunnen liefhebbers met veel poen hun hartje ophalen aan "canned hunting", jacht in een kooi. Een leeuw schieten en opgezet mee naar huis nemen mag immers, zolang het beest op Amerikaans grondgebied werd gedood: alleen de import uit Afrika is verboden.

De leeuwenindustrie in Zuid-Afrika heeft uiteraard ook een raciaal kantje. Het zijn vooral rijke "blankes" die garen spinnen van het hele onfrisse gedoe en dank zij de mega-inkomsten hun levensstijl uit de apartheidstijd kunnen continueren. "Swartmense" mogen in het slachthuis in uiterst onhygiënische omstandigheden leeuwen stropen en uitbenen.

(*) https://antwerpsbestiarium.blogspot.com/2019/06/vlaamse-leeuwen.html


Clement Caremans (c) 2020